Aanzetten van de rekenmachine

 Je zet de machine aan door [AC/ON] in te drukken. Het hoofdmenu (main menu) verschijnt op het scherm. Om de machine uit te doen, druk je op [SHIFT] en [AC/ON]. Als je je grafische rekenmachine ongeveer zes minuten niet gebruikt, schakelt de machine vanzelf uit.

Je kunt eenvoudig alle eventueel aanwezige programma's en gegevens wissen: gebruik de pijltjestoetsen: [ < ], [ > ], [ L ] en/of [ V ] om het zwarte keuzeblok op de optie [MEM] (rechts onder) te zetten. Toets [EXE] om de optie te activeren. Op het scherm verschijnt nu het Memory-menu, een keuzelijstje dat met het werkgeheugen te maken heeft. Zet met de pijltjestoetsen de keuzebalk op Reset en druk op [EXE]. Er verschijnt een bevestigingsscherm. Onder in het scherm verschijnen YES en NO. Deze opties corresponderen met de functietoetsen F1 en F6. Druk op [ F1 ] (= YES) om de reset te bevestigen. In het scherm verschijnt het bericht: 'RESET ALL MEMORIES!', ofwel 'het gehele geheugen is teruggezet'. Druk [MENU] om weer in het hoofdmenu te komen.

[SHIFT] indrukken activeert de 'gele functie' van een toets, bijvoorbeeld [SHIFT] [EXP] [EXE] geeft een benadering van het getal p. [ALPHA] indrukken activeert de 'rode functie' van een toets: [ALPHA] 1 geeft: U.

In het hoofdmenu heb je vijftien verschillende keuzes. Met behulp van de pijltjestoetsen kun je door het menu heen 'lopen'. Je maakt je keuze door op [EXE] te drukken. Door op [MENU] te drukken keer je daarna weer terug naar het hoofdmenu