Vergelijkingen oplossen met Solver
Met de TI-83 kun je op diverse manieren vergelijkingen oplossen. Een heel rechtstreekse manier is het gebruiken van de 'Solver' (= oplosser). Andere manieren hebben vaak met grafieken te maken. Daarover meer in het practicum: Functies.
Zo kun je deze vergelijking oplossen:
0,5x - 2 = 12
- schrijf de vergelijking eerst in de vorm: 0 = ...;
hier: 0 = 0,5x - 14 - roep vervolgens via [MATH] 0: Solver... [ENTER] de solver op in het rekenscherm;
-
er zijn nu twee mogelijkheden: - je krijgt het scherm hiernaast te zien: tik dan achter 0 = de vergelijking 0,5 [ALPHA] [STO>] [ - ] 14 en [ENTER] (Met [ALPHA] [STO>] krijg je de letter X, maar dat kan ook via [X,T,q,n]. Je kunt echter ook andere (meerdere) letters in de SOLVE-routine gebruiken.);
- er staat nog een vorige vergelijking in het scherm, zodat je meteen die vergelijking krijgt te zien en de cursor op X=0 knippert: ga dan met de pijltjestoets naar boven naar het scherm hierboven en voer de hierboven beschreven stappen uit;
-
je hebt nu de vergelijking in beeld en de cursor knippert achter X=; dat betekent dat de TI-83 een waarde voor X gaat zoeken, te beginnen bij X=0 (bound={-1E99,1...} betekent dat hij zoekt op het hele gebied dat de TI-83 bestrijkt, je kunt dit zoekgebied kleiner maken, als je weet welk antwoord er ongeveer uit zal komen); - toets [ALPHA] [ENTER] en je krijgt het antwoord: X=28.
De uitdrukking: left-rt=0 betekent dat de oplossing exact is gevonden (Het verschil tussen de benadering en de oplossing is 0).
- Je krijgt zo maar één oplossing, terwijl vergelijkingen wel meerdere oplossingen kunnen hebben.
- Bij een vergelijking met meerdere oplossingen krijg je misschien niet de oplossing die voor jouw probleem nodig is.